Archeologie en vondsten


De gemeente is rijk aan archeologisch erfgoed. Dat spreekt tot de verbeelding. Denk maar eens aan de Waterburcht in Eelde, het Meisje van Yde of de vele grafheuvels en hunebedden in ons gebied.

Ten zuiden van het dorp Eelde ligt het archeologisch rijksmonument De Waterburcht van Eelde. In de ondergrond bevinden zich resten van een 13de -eeuws kasteel. Maar ook bovengronds zijn sporen ervan zichtbaar.

In de 17de en 18de eeuw stond op de plaats van het middeleeuwse kasteel een havezate, een statig woonhuis met landerijen. Het terrein van de waterburcht is vanaf 1968 een archeologisch rijksmonument. Bovendien is het terrein door de provincie Drenthe aangewezen als waardevol cultuurlandschap. In het voorjaar van 2000 is het terrein in opdracht van de gemeente Tynaarlo opnieuw ingericht. Het doel hiervan was om de archeologische resten beter te beschermen en ten dele te restaureren. Het fraai gelegen terrein met zijn rijke historie is nu voor het publiek toegankelijk en zeker een bezoek waard.

In 1897 deden twee arbeiders een mysterieuze ontdekking. Ze vonden een geconserveerd lijk in het veen tijdens het baggeren. Omdat de dorpsbewoners het voor de duivel hielden, verstopten zij het lijk onder heideplaggen. Het lichaam was van een meisje van circa 16 jaar dat rond het begin van de jaartelling in het veen terecht is gekomen. De band om haar hals doet denken aan moord, maar de precieze toedracht is niet bekend.

Het meisje van Yde is nu te bezichtigen is in het Drents Museum te Assen. Internationale bekendheid kreeg het meisje van Yde door de reconstructie van haar hoofd door de Engelse professor Neave van de universiteit van Manchester. Ook deze reconstructie is te zien in het Drents Museum.

Hunebedden behoren tot de oudste en bekendste archeologische monumenten van Nederland en zijn in wezen resten van grafkelders. Ze zijn tussen 3500 en 2700 voor Christus gebouwd met grote zwerfstenen. Deze werden in de ijstijd vanuit Scandinavië met het gletsjerijs naar deze streken vervoerd. De stenen, die stuk voor stuk duizenden kilo's wegen werden over rollende boomstammetjes vervoerd of in de winter op sleeën getrokken door ossen. De draagstenen werden tegen een aarden wal gekanteld en de dekstenen werden over een hellingbaan naar boven en op hun plaatsen gerold. Het geheel werd rondom met kransstenen afgezet.

Hunebedden waren gemeenschappelijke graven, waarin de bevolking van één nederzetting werd begraven. De doden kregen potten met voedsel en drank mee voor hun reis naar het hiernamaals en talloze voorwerpen. Eeuwenlang wordt er al gegraven in en rond de hunebedden. Op deze manier kan men meer te weten komen over de bouwwijze en grafgebruiken van de hunebedbouwers. Er zijn 54 hunebedden in Nederland, waarvan de meeste in Drenthe liggen op de Hondsrug. In de omgeving van Vries vindt men hunebedden in Zeijen en Tynaarlo en op het Noordsche Veld. Een bezoek aan Drenthe gaat samen met een bezoek aan hunebedden.

Naast de hunebedden zijn de grafheuvels  overgebleven uit de prehistorie. Grafheuvels zijn er in vele vormen en afmetingen. Ze kunnen rond zijn of langwerpig, liggen alleen of in groepen. Een aantal zijn nauwelijks zichtbaar, anderen hebben een monumentale uitstraling. Een enkele heeft zelfs een naam, zoals de Galgenberg. In het Noordsche Veld bij Zeijen zijn een groot aantal grafheuvels te zien.

Ook handig

  1. Meer over de hunebedden op de website van het Hunebedcentrum in Borger
  2. Drents Museum over hun topstuk: het Meisje van Drenthe