Wat gaan we van het AZC merken?

De bewoners van een azc blijven uiteraard niet altijd in hun woongebouw. Ze lopen ook het dorp in. En dat is maar goed ook, want wanneer ze in ons land blijven, moeten ze integreren. Wat merkt de omgeving van ze? Het COA antwoordt.

De locatie wordt geschikt gemaakt voor de opvang van maximaal tweehonderd asielzoekers. Wie dat precies zijn, is niet vooraf te zeggen, want dat is afhankelijk van wie zich als asielzoeker in Nederland melden en gemeld hebben. Het zal gaan om zowel alleengaande personen als gezinnen.

Om een beeld te krijgen: er verblijven momenteel (cijfers van 1 februari 2021) ruim 27.000 asielzoekers op ongeveer 70 verschillende locaties in Nederland.

35% van hen is een vrouw. De leeftijdsgroep tussen 18 en 35 jaar is het meest vertegenwoordigd.

Onder de 27.000 bewoners bevinden zich ongeveer 7.000 kinderen tot 18 jaar.

De zes meest voorkomende landen van herkomst zijn: Syrie (26%),  Iran (11%),  Eritrea (7%), Irak (5%), Turkije (5%) en Afghanistan (4%).

Bij de asielprocedure maakt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), die de aanvragen van asielzoekers beoordeelt, gebruik van zogeheten sporen.

In spoor 2 worden de procedures doorlopen van de mensen die afkomstig zijn uit door Nederland veilig verklaarde landen. Deze over het algemeen kansarme asielzoekers worden niet in het azc in Paterswolde opgevangen.

Als er instemming van de gemeenteraad is en alle noodzakelijke voorbereidingen zijn getroffen, denkt het COA ongeveer een half jaar nodig te hebben voor het verbouwen van de locatie. Dat betekent dat we verwachten dat de eerste bewoners in het najaar kunnen instromen.

Zodra duidelijk is dat het COA aan de gang kan gaan met de verbouwing van de locatie, zal het omwonenden op de hoogte houden van de vorderingen, en een telefoonnummer bekend maken van een contactpersoon (waarschijnlijk een bouwopzichter).

Het COA is onder meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de locatie, de huisvesting, de begeleiding van en voorlichting aan bewoners van het azc, de veiligheid op de locatie.

De gemeente is onder meer verantwoordelijk voor de infrastructuur en voorzieningen rondom de opvanglocatie en in de wijk, en de veiligheid in de wijk.

Tegelijkertijd is er sprake van samenwerking tussen gemeente en COA en vloeien zaken soms in elkaar over. Gemeente en COA nemen beide verantwoordelijkheid voor het informeren van de wijkbewoners, overige inwoners en organisaties. Als er zaken in de wijk spelen die het gevolg zijn van de komst van het azc, worden die opgepakt.
 

Zowel de gemeente als het COA is gebaat bij een goede sfeer op het azc en in de wijk, goed overleg met betrokken organisaties en het inbedden van een opvanglocatie in de gemeente.

In sommige gemeenten wordt een klankbordgroep opgericht in de voorbereidingsperiode voor de komst van een azc. Zodra een opvanglocatie in gebruik wordt genomen, start het COA een omwonendenoverleg, dat eventueel uit de eerdere klankbordgroep voortvloeit.

In het omwonendenoverleg zitten vrijwillige vertegenwoordigers uit de wijk die tevens aanspreekpunt willen zijn voor alle bewoners van de wijk, de locatiemanager van het COA, de wijkagent en anderen. De exacte invulling verschilt per locatie, inspelend op lokale situaties. Het omwonendenoverleg is ook een overleg om vragen en eventuele klachten neer te leggen en de follow-up te verantwoorden.

Als een opvanglocatie open is, is de locatie 24 uur per dag, zeven dagen in de week bereikbaar. De locatiemanager of diens vervanger is verantwoordelijk voor het afhandelen van vragen en klachten. De beveiliging van het azc is 24 uur per dag aanwezig en altijd bereikbaar.

Het COA investeert in de locaties: niet alleen in huisvestiging en faciliteiten, ook in de leefbaarheid. Voor wat betreft kinderen: het COA zorgt in principe voor voldoende speelvoorzieningen voor kinderen op de locatie, zodat ouders en medewerkers toezicht kunnen houden.

Ook kinderen uit de buurt kunnen in het azc komen spelen, maar alleen met toestemming van de ouders. In de praktijk komt dat vooral voor als er iets speciaals wordt georganiseerd. Zo organiseert Stichting de Vrolijkheid op de meeste COA-locaties geregeld kinderactiviteiten die ook voor buurtkinderen toegankelijk zijn.

Ook voor volwassenen zijn er voorzieningen en activiteiten. Meer informatie over dagbesteding voor volwassen staat op website www.coa.nl.

In het omwonendenoverleg komt de bezetting van een opvanglocatie ter sprake. Als blijkt dat de wijk behoefte heeft om meer inzicht te krijgen in de populatie, zal het COA in de klankbordgroep of in het omwonendenoverleg overleggen hoe en hoe vaak.

Asielzoekers in procedure mogen onder voorwaarden tijdelijk betaald werk en/of vrijwilligerswerk verrichten.  

Voor asielzoekers met een verblijfsvergunning gelden geen beperkingen voor werk. Onder de bewoners bevinden zich mensen met allerlei beroepen: timmermannen, journalisten, installateurs, artsen, kunstenaars enzovoorts.

Het COA bemiddelt niet om bewoners aan betaald te krijgen, maar werkt geregeld samen met andere organisaties om bijvoorbeeld werkstages en opleidingen voor kansrijke asielzoekers en vergunninghouders mogelijk te maken.

De bewoners van een opvanglocatie zoals in Paterswolde zijn niet nieuw in Nederland. Zij hebben al in een tijdelijke opvanglocatie gezeten, weten hoe het gaat op straat, in winkels en hebben gereisd met het openbaar vervoer.

De voorlichting bij aankomst van nieuwe bewoners richt zich vooral op de vraag: hoe doen we het hier in deze wijk? Die voorlichting wordt mede samengesteld op basis van de inbreng van omwonenden, ondernemers, onderwijs etc. Wat en hoe, dat wordt nog ingevuld, mede op basis van de input van de betrokkenen, waaronder de omgeving.

Asielzoekers die nog geen verblijfsvergunning hebben, mogen niet inburgeren zolang ze in de asielprocedure zitten.

Maar zodra asielzoekers erkend worden als vluchteling en in Nederland mogen verblijven, gelden dezelfde regels als voor anderen: ze moeten inburgeren. Moeten Nederlands leren spreken en weten hoe de samenleving in elkaar zit.

Voor vergunninghouders die nog niet zijn gehuisvest in een gemeente, biedt het COA een programma aan dat hen voorbereidt op het leven in Nederland en op de inburgeringsplicht.  

Iedere bewoner krijgt bij aankomst de huisregels. Eén van de regels is dat er geen overlast mag zijn voor omwonenden van het azc.

De huisregels worden doorgenomen en toegelicht, op schrift overhandigd en door de bewoner ondertekend.

Dat is een overeenkomst met gewicht. Niet opvolgen van de huisregels kan in het uiterste geval verregaande consequenties hebben.
 

Er worden geen speciale loop-, wandel- en fietsroutes in een wijk aangeduid als zijnde speciaal voor asielzoekers. Zij mogen net als de andere wijkbewoners gebruik maken van alle routes. De verkeersdruk zal niet of nauwelijks toenemen ten opzichte van eerdere situaties dat het gebouw in gebruik was.

Een voorbeeld: uit verkeerstechnisch onderzoek rondom azc Grave, dat 700 bewoners telt, blijkt dat van substantiële toename van verkeersdruk geen sprake is.

Met de klankbordgroep/omwonendenoverleg wordt de verkeerssituatie besproken om ervoor te zorgen dat eventuele overlast die ontstaat wordt beperkt.

De medewerkers van het COA zijn BHV-getraind en kunnen optreden bij calamiteiten. Buiten COA-werktijden zijn beveiligers van een door het COA ingehuurd bedrijf aanwezig. De op een opvanglocatie aanwezige veiligheidsmedewerkers zijn dag en nacht bereikbaar en aanspreekbaar.

Het COA heeft voor iedere opvanglocatie een zogeheten 'bedrijfsnoodplan', waarin scenario's zijn opgenomen voor bedreigende situaties.

Tijdens hun rondes over de locatie nemen de beveiligingsmedewerkers ook mee wat er in de directe omgeving van het azc gebeurt.

Binnen het azc gelden de huisregels van het COA. Als een azc-bewoner deze regels overtreedt, zal het COA in eerste instantie een waarschuwingsgesprek met hem/haar voeren.

Mocht het nodig zijn, dan kan het COA volgens een opschalend systeem van sancties, maatregelen opleggen. Waar het om strafbare feiten gaat, wordt altijd aangifte bij de politie gedaan.

Als een asielzoeker een incident veroorzaakt buiten het azc, geldt de wet- en regelgeving zoals voor ieder ander.

Het COA overlegt met de klankbordgroep/overlegcommissie wat gedaan kan worden om het gevoel van veiligheid te verhogen.

Soms kan de gemeente het probleem oplossen, bijvoorbeeld door (meer) verlichting te plaatsen.

Op een opvanglocatie van het COA is 24/7 beveiliging aanwezig. De beveiligingsmedewerkers kunnen buiten kantoortijden in dringende gevallen terugvallen op de dienstdoende locatiemanager.

Klachten over overlast die in overleg opgelost kunnen worden, kunnen ingebracht worden bij het omwonendenoverleg of worden besproken met de locatiemanager.

Bij (aanhoudende) overlast kan de politie optreden. Waaruit het optreden bestaat zal afhankelijk zijn van de omstandigheden, één en ander in eerste instantie ter beoordeling van de betreffende politiefunctionarissen zelf.

Ernstige klachten over intimidatie kunnen uiteraard gemeld worden bij de politie.  

Leefbaarheid en veiligheid in de gemeente behoren tot de zorg van de gemeente en politie. Dat geldt voor heel de gemeente en dus ook voor de directe omgeving van een opvanglocatie.

De bewoners van een opvanglocatie worden in dat opzicht gezien en behandeld als bewoners van de gemeente.  

De opvanglocatie zelf geldt als particulier terrein, waar het COA verantwoordelijk voor is.

Voor de veiligheid buiten een opvanglocatie zijn zoals altijd de gemeente en politie verantwoordelijk.

Het COA doet er alles aan, in het bijzonder via voorlichting en contacten op de locatie, om problemen te voorkomen. Natuurlijk kan het voorkomen dat er vanuit de omgeving van een locatie klachten zijn over de bewoners of de locatie. De inzet van de locatiemanager is om eventuele klachten bespreekbaar te maken en zo snel mogelijk op te lossen. Daarom is het altijd mogelijk om in contact te treden met de locatiemanager om een klacht te melden.