College wil kleine windmolens toestaan op boerenerven


Als het aan B&W ligt, mogen agrarische ondernemers in het buitengebied straks kleinschalige windmolens op hun erven plaatsen. Het gaat hierbij om molens met een ashoogte van maximaal 15 meter, bedoeld om in de eigen energiebehoefte te voorzien. Het college legt dit plan binnenkort aan de gemeenteraad voor.

Volgens wethouder René Kraaijenbrink is de interesse voor kleine windmolens uit de provincie Groningen komen overwaaien. “Veel boeren willen graag verduurzamen, en vragen ons of zo’n molen in de gemeente Tynaarlo ook mogelijk is. Nu moeten we nog nee verkopen, omdat het niet binnen het bestemmingsplan Buitengebied past. We willen als college echter stappen zetten in de overgang van fossiele brandstoffen naar schone, duurzame energie. Dan is de eerste stap dat je die ontwikkeling in je gemeentelijke beleid mogelijk maakt.”

De belangrijkste aanpassing in het voorstel van B&W is de maximale bouwhoogte binnen het bestemmingsplan Buitengebied. Speciaal voor de kleine windmolens komt er een uitzondering, en gaat die van twaalf naar vijftien meter. Daarnaast mogen windmolens straks tot 75 meter buiten het bouwblok komen te staan. Hierdoor kunnen agrarische ondernemers beter rekening houden met windval of windschaduw van gebouwen.

Het voorstel van het college is een aanvulling op het bestemmingsplan Buitengebied, een zogenoemd facet-bestemmingsplan. Specifiek bedoeld voor de bouw van kleine windmolens. Als de gemeenteraad akkoord gaat met het plan van B&W, start er een bestemmingsplanprocedure en komt het facet-bestemmingsplan ter inzage te liggen.