Archeologie en vondsten
- 12/12/2011
De gemeente Tynaarlo is rijk aan bedekt en onbedekt archeologisch erfgoed. In Eelde bevindt zich archeologisch rijksmonument "de Waterburcht". In Midlaren, Schuilingsoord, Zeijen en Tynaarlo zijn overblijfselen uit de prehistorie te vinden, zoals grafheuvels en hunebedden. Yde stond enkele jaren geleden landelijk in de belangstelling toen er een reconstructie werd gemaakt van het veenlijkje dat daar 100 jaar geleden werd gevonden. Het "meisje van Yde" en de reconstructie ervan trekken veel bekijks in het Drents museum te Assen.
De Waterburcht
Ten zuiden van het dorp Eelde ligt het archeologisch rijksmonument De Waterburcht van Eelde. In de ondergrond bevinden zich resten van een 13e-eeuws kasteel. Maar ook bovengronds zijn sporen ervan zichtbaar. In de 17e en 18e eeuw stond op de plaats van het middeleeuwse kasteel een havezathe, een statig woonhuis met landerijen.
Het terrein van de waterburcht is vanaf 1968 een wettelijk beschermd archeologisch rijksmonument. Bovendien is het terrein door de provincie Drenthe aangewezen als waardevol cultuurlandschap. In het voorjaar van 2000 is het terrein in opdracht van de gemeente Tynaarlo opnieuw ingericht. Het doel hiervan was om de archeologische resten beter te beschermen en ten dele te restaureren. Het fraai gelegen terrein met zijn rijke historie is nu voor het publiek toegankelijk en zeker een bezoek waard.
Veenlijk Yde
In de buurt van Yde is zo'n 100 jaar geleden een veenlijk gevonden, dat nu nog te bezichtigen is in het Drents Museum te Assen. In 1897 deden twee arbeiders een mysterieuze ontdekking. Ze vonden een geconserveerd lijk in het veen tijdens het baggeren. Omdat de dorpsbewoners het voor de duivel hielden, verstopten zij het lijk onder heideplaggen.
Het lichaam was van een meisje van circa 16 jaar dat rond het begin van de jaartelling in het veen is terecht gekomen. De band om haar hals doet denken aan moord, maar de precieze toedracht is niet bekend. Internationale bekendheid kreeg het meisje van Yde door de reconstructie van haar hoofd door de Engelse professor Neave van de universiteit van Manchester. Ook deze reconstructie is te zien in het Drents Museum.
Hunebedden
Hunebedden behoren tot de oudste en bekendste archeologische monumenten van Nederland en zijn in wezen resten van grafkelders. Ze zijn tussen 3500 en 2700 voor Christus gebouwd met grote zwerfstenen. Deze werden in de ijstijd vanuit Scandinavië met het gletsjerijs naar deze streken vervoerd. De stenen, die stuk voor stuk duizenden kilo's wegen werden over rollende boomstammetjes vervoerd of in de winter op sleeën getrokken door ossen. De draagstenen werden tegen een aarden wal gekanteld en de dekstenen werden over een hellingbaan naar boven en op hun plaatsen gerold. Het geheel werd rondom met kransstenen afgezet.
Hunebedden waren gemeenschappelijke graven, waarin de bevolking van één nederzetting werd begraven. De doden kregen potten met voedsel en drank mee voor hun reis naar het hiernamaals en talloze voorwerpen. Eeuwenlang wordt er al gegraven in en rond de hunebedden. Op deze manier kan men meer te weten komen over de bouwwijze en grafgebruiken van de hunebedbouwers. Er zijn 54 hunebedden in Nederland, waarvan de meeste in Drenthe liggen op de Hondsrug. In de omgeving van Vries vindt men hunebedden in Zeijen en Tynaarlo en op het Noordsche Veld. Een bezoek aan Drenthe gaat samen met een bezoek aan hunebedden.
Grafheuvels
Naast de hunebedden zijn de grafheuvels overgebleven uit de prehistorie. Grafheuvels zijn er in vele vormen en groottes. Ze kunnen rond zijn of langwerpig, ze liggen alleen of in groepen. Een aantal zijn nauwelijks zichtbaar, anderen hebben een monumentale uitstraling. Een enkele heeft zelfs een naam, zoals de Galgenberg. In het Noordsche Veld bij Zeijen zijn een groot aantal grafheuvels te zien.